Wietse Hummel

De minstreel
In het ‘Huis der Goden’ waar Apollo
het orakel bezat, pakten klanken
van een lier een zangstem bij de hand en
verleidden deze naar oude verzen

De minstreel streelde zijn snaren en hij
liet zich gaan in de weemoed van zijn inkt.
Die was opgedroogd en alleen bewaard
in de kronieken van zijn verleden.

Hij bezong een odyssee lyrisch langs
zijn inspiratie zonder geweeklaag.
Hoe hij op zijn berg zijn muzen naar zijn
hand zette met een bevlogen charme.

Toen de Pythia Apollo’s laatste
boodschappen influisterde, wist hij dat
hij het bezonken leven in Hellas’
omarming nog lang niet zou verleren.

Gedicht ter gelegenheid van het afscheid van Piet Luijer als voorzitter van
Literaire en Culturele Kring Apollo Harderwijk - Wietse Hummel